achtergrondafbeelding
English
Deutsch
Paul
Verhaeghe
Rutger Bregman. De geschiedenis van de vooruitgang. Amsterdam, De Bezige Bij, 2013
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: dit boek heb ik graag gelezen, en wel om drie redenen, de inhoud, de stijl, en het doel.
Ondanks zijn jeugd (hij zal dat wel vaker te horen krijgen) is Rutger Bregman heel erg erudiet. Op een vierhonderdtal pagina’s krijgen we de geschiedenis te lezen van de menselijke vooruitgang, mislukkingen inbegrepen. Het is fascinerend hoe de auteur de vaart der volkeren in kaart brengt en daar op een goed onderbouwde manier een boodschap van hoop in laat weerklinken. Mislukkingen in overvloed, dat wel, maar de balans is overduidelijk positief. Wie enig historisch besef heeft, zal hem niet tegenspreken. Met als gevolg een hamvraag; vanwaar toch het “Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht” dat vandaag furore maakt? Zijn verklaring verwijst naar het neoliberalisme, waarvan hij terecht de onheuse benaming aankaart (het liberalisme is heel erg ver te zoeken in deze neo-versie), en de effecten op ons denken en van weersomstuit op ons handelen.
Vierhonderd bladzijden cultuurgeschiedenis, een dergelijke turf is niet meer van deze tijd (flexibel, snel, bullets). Toch wel: het boek leest als een trein (een op het Franse utopisch denken gebaseerdeThalys, niet een neoliberale Angelsaksisch geïnspireerde Fyrra), Bregman is een verteller die complexe ideeën eenvoudig verwoordt zonder ze te simplifiëren. En dat is een bewuste keuze, want hij heeft een gloeiende hekel aan valse woordenkunstenaars zoals voortgebracht door het postmodernisme. Ter ilustratie construeert en deconstrueert (!) hijzelf zo’n zin. Constructie: “We should listen to the intertextuel, multivocalities of postcolonial others ourside of Western culture in order to learn about the phallogocentric biases that mediate our identities.” Deconstructie: “Dat we de boel ook van de andere kant moeten bekijken dus.” Juist.
Ten slotte het doel. Bregman beschrijft het verdwijnen van de intellectueel, zijnde de figuur die nog niet zo lang geleden wetenschap en humanisme combineerde, met als doel een betere maatschappij. Samen met de ideologieën werden ook zij ten grave gedragen – leve de vrije markt als glorieus eindpunt van de geschiedenis. Dat die vrije markt ons regelrecht naar een eindpunt voert, is ondertussen wel duidelijk. Dit boek verbindt daar een andere conclusie aan: we hebben dringend nood aan nieuwe intellectuelen. Utopieën zijn wel degelijk nodig. Geen utopie in de betekenis van een topdown op te leggen blauwdruk die aan problem management gaat doen. Wel een utopie gebaseerd op een nieuw vooruitgangsgeloof die een richting aangeeft gebaseerd op oude kernwaarden (vrijheid, tolerantie en gelijkheid). Het doel van dit boek is daartoe bijdragen. En daar is de auteur wonderwel in geslaagd, hij is zonder twijfel een van die nieuwe intellectuelen. Er is reden tot hoop.
La Femme, c’est Nous’
Negen vrouwen spreken over vrouw zijn, over liefde en erotiek, in het eindwerk waarmee Emilie Plouvier aan het RITS afstudeerde. Heel mooi gebracht, bij tijd en wijlen echt pakkend. Jammer van het soms moeilijk begrijpbare dialect.
http://vimeo.com/60255347
Thomas Decreus. Een paradijs waait uit de storm. Over markt, democratie en verzet. EPO, 2013.
Sedert het schrijven van ‘Identiteit’ heb ik mijn politiek bewustzijn uitdrukkelijk terug gevonden en ben ik op zoek naar bewustzijnsverruiming. Een gunstige wind luisterend naar de naam Thomas Blommaert deed dit boek in pdf-versie op mijn bureau belanden. ‘Dat het mij waarschijnlijk wel zou kunnen boeien’. Drie uur lectuur later bleek dat een understatement van formaat. Dit boek heeft mij heel erg geboeid. Decreus houdt op een heel rustige, en daardoor des te meer overtuigende manier een mooi onderbouwde uiteenzetting over wat democratie is, en weerlegt ondertussen een aantal dooddoeners. Verkiezingen zijn geen synoniem van democratie. Het consensusmodel is symptomatisch voor totalitarisme, een conflictmodel voor democratie (vergeet consensus). De huidige vrije markt maakt democratie onmogelijk. Verzet – ook en zelfs vooral buiten het parlement – is een noodzaak. En als u wil weten waarom wij in een electieve aristocratie leven, en wat de gevolgen daarvan zijn, ook dat leert u uit dit 160 pagina’s tellend boek.
Frans de Waal (2013). De bonobo en de tien geboden. Amsterdam, uitgeverij Atlas.
Frans de Waal (2013). De bonobo en de tien geboden. Amsterdam, uitgeverij Atlas. Schitterend boek voor wie belangstelling heeft voor dieren en zich de vraag stelt waar onze moraal vandaan komt. de Waal toont overtuigend aan dat sociale dieren (waartoe wij behoren) van nature uit gericht zijn op samenwerking, eerlijke verdeling en conflictbeheersing. Moraal is daaruit gegroeid, net zoals de godsdiensten. Het hedendaagse conflict tussen religie en wetenschap neemt dikwijls genoeg de allures aan van een godsdienstoorlog, waarbij het vaak onduidelijk wordt wie de fanatiekeling is, de wetenschapper of de gelovige. de Waal, zelf een atheïst, beschrijft dit met een zin voor nuancering en humor die getuigt van zijn intelligentie en menselijkheid. Als appetizer, surf naar: http://www.youtube.com/watch?v=meiU6TxysCg
Dirk De Wachter (2012). Borderline Times. Het einde van de normaliteit. Lannoo Campus.
Dirk De Wachter is bij mijn weten een van de weinige Nederlandstalige psychiaters die de moed heeft een pleidooi te houden voor een sociale psychiatrie, tegen de neurobiologische en farmacologische waan van de dag in. Maar zijn boek gaat veel verder dan dat: de spiegel die hij ons voorhoudt, zal voor velen zo ondraaglijk zijn dat ze de boodschapper zullen aanvallen in plaats van de boodschap ernstig te nemen. Ondertussen groeit de ‘silent majority’ die steeds meer overtuigd raakt dat we een andere koers moeten varen. De Wachter legt uit waarom. Dit boek verdient een zo ruim mogelijk publiek.
Michael Foley, The age of absurdity. Why modern life makes it hard to be happy. London, Simon & Schuster, 2010.
Nederlandse vertaling: Absurde overvloed. Waarom het zo moeilijk is om gelukkig te worden. Amsterdam, Atlas/Contact, 2012.
Dit boek mag u vooral niet op de trein lezen. Ik heb dat wel gedaan, met als resultaat dat medereizigers mij bekeken als een halve gare omdat ik om de zoveel minuten in een lach schoot, en één keer zelfs de slappe lach kreeg. Michael Foley beheerst de zeldzame kunst om een zwaar op de hand liggend onderwerp (hedendaags geluk) scheermesscherp te ontleden én tezelfdertijd te larderen met humor van de bovenste plank. Ik las het boek in het Engels, ik weet niet of de vertaling erin geslaagd is die humor te behouden (de vertaling van de titel stemt mij al wantrouwig). Het onderwerp is uw en mijn leven, zoals het vandaag bepaald wordt door de werkvloer en de mediawereld, bekeken door de bril van iemand die zowel Shakespeare, Nietzsche, Freud als hedendaags wetenschappelijk onderzoek naadloos weet te combineren. Doe uzelf een plezier, en lees dit boek, u zal er geen seconde spijt van hebben.
Sanne Bloemink, (2012). Happy Me. Verdwaald In De New Yorkse Geluksindustrie. Amsterdam, Nieuw Amsterdam Uitgevers.
Een jonge Nederlandse journaliste verhuist met man en kind naar New York – een droom die uitkomt en dus zo ongeveer het ergste wat iemand kan overkomen. Ze wordt geconfronteerd met wat twee eeuwen terug ‘l’affreuse mélancholie du bien-être’ genoemd werd, maar blijft niet bij de pakken zitten en gaat op zoek naar geluk. New York heeft wat dat betreft zo ongeveer alles te bieden. Dit is het hilarische verslag van haar zoektocht, geschreven met een scherpe pen. Wat het boek voor mij zo geslaagd maakt, is dat Bloemink niet alleen kritisch tegenover die geluksindustrie staat, maar ook heel erg kritisch tegenover zichzelf. En dat levert een mooi boek op, waarin ze inzichten verwoordt die velen voelen maar slechts weinigen kunnen zeggen.
Jan Blommaert, Paul Mutsaers, Hans Siebers (2012). De 360° Werknemer. De Nieuwe Arbeidscultuur En De Eindeloze Concurrentie. Berchem, Epo.
Bart Staes, De Onzichtbare Hand Die Ons Wurgt (2012). Downloadbaar van: www.bartstaes.be
Deze twee korte boekjes of lang uitgevallen essays vullen elkaar perfect aan. Wie bezorgd is over jobs en mensen, die zal bij Blommaert en cie voldoende stof tot nadenken vinden. Het herleiden van de arbeidsmarkt tot een gigantisch uitzendbureau is zowel dodelijk voor alle betrokkenen als voor duurzame bedrijven. De manier waarop de huidige economie omgaat met menselijke grondstof – inderdaad, /Human Resources/ – is inefficiënt en onethisch. Lectuur van dit boek is gevaarlijk, de lezer zal ongetwijfeld een aantal pijnlijke inzichten verwerven die rechtstreeks van toepassing zijn op de eigen werksituatie. Die nieuwe arbeidscultuur die zo voelbaar is op de werkvloer, is er niet vanzelf gekomen. Wie wil begrijpen wat de ruimere economische oorzaken daarvan zijn, die moet de moeite nemen om het essay van Staes grondig te bestuderen. Het leest niet altijd even makkelijk, maar het resultaat is dat je nadien heel goed begrijpt wat de oorzaken van de huidige financiële crisis zijn – en dat is echt niet de grote loonlast in België…. maar wel de manier waarop de virtuele economie met virtuele producten de reële economie om zeep helpt. Mijn besluit is dat de klassieke modellen van het kapitalisme, het marxisme en zelfs het liberalisme niet meer opgaan, en dat natiestaten afgedaan hebben. Een oplossing moet minstens op Europees niveau gebeuren, afzonderlijke landen staan hier machteloos. Dat is meteen het drama, zowel voor werknemers als natiestaten: het neoliberalisme installeert een klimaat van concurrentie, angst en wantrouwen, waardoor zowel mensen als landen elkaar niet meer vertrouwen. Het huidige eigen ik eerst vindt een weerspiegeling in het overal in Europa opduikend eigen volk eerst. En dat terwijl er meer dan ooit nood is aan een gemeenschappelijke aanpak.
Hans Achterhuis, (2010). De utopie van de vrije markt. Rotterdam, Lemniscaat.
Maarten Van Rossem, (2011). Kapitalisme zonder remmen. Opkomst en ondergang van het marktfundamentalisme. Amsterdam, Nieuw Amsterdam Uitgevers.
Het boek van Hans Achterhuis is voor mij een echte eye-opener geweest. Op een rustige en genuanceerde manier schetst deze Nederlandse hoogleraar de geschiedenis van onze maatschappij bekeken vanuit een economisch standpunt. Wie wil begrijpen waar het huidige neoliberalisme vandaan komt en wat de valkuilen daarvan zijn, die vindt hier een zeer goed gedocumenteerde uitleg. En het is bovendien boeiend geschreven. Als je Maarten van Rossem (Maarten, niet Jean-Pierre!) ernaast legt, dan krijg je meteen een beeld van de economische crisis sedert 2007, in begrijpelijke taal uitgedrukt voor leken. En je blijft over met één prangende vraag: hoe komt het toch dat het Europese continent zo blind in de Angelsaksische lichtbak blijft kijken?
Wilkinson, R. & Pickett, K. (2010). The Spirit Level. Why Equality is Better for Everyone. London, Pinguin books.
Sennett, R. (2003). Respect in a World of Inequality. New York / London, Norton company.
Sociologie zou in elke universitaire opleiding een verplicht vak moeten zijn. Het boek van Wilkinson en Pickett is een wetenschappelijk werk – het wordt geen bestseller, helaas. Tabel na tabel tonen de auteurs aan hoe inkomensongelijkheid in het Westen correleert met alle gezondheidsparameters. Kort samengevat: hoe groter die ongelijkheid, hoe meer ellende. En – tot verrassing van velen – dit geldt voor alle sociale klassen. Je kan dit boek best lezen in combinatie met Sennett, ook een socioloog, maar bovendien een begenadigd schrijver. In dit boek – voor mij zijn beste – gaat het over de organisatie van de verhoudingen op de werkvloer en de invloed daarvan op ons zelfrespect. Verplichte lectuur voor iedereen die mensen ‘onder’ zich heeft en voor alle psi-werkers.
Alasdair MacIntyre, (2007 [1981]). After Virtue. A study in moral theory. Third Edition, London: Duckworth.
Philip Blomm, (2010). Het verdorven genootschap. De vergeten radicalen van de verlichting. Amsterdam, De Bezige Bij.
Ruw geschat heeft het boek van MacIntyre mij meer dan een maand gekost om het grondig te lezen, en achteraf bekeken was het die tijdsinvestering meer dan waard. Via deze Schotse filosoof kreeg ik op een intellectuele manier toegang tot het huidige normen- en waardendebat – ook hier dank zij een zeer stevige historische onderbouw die mij als leek verplichtte tot heel wat opzoekingswerk (leve wikipedia!). Voor de kenners: hij is duidelijk pro Aristoteles en even duidelijk contra de rationalisten van de Verlichting. Ik ga niet akkoord met zijn voorgestelde oplossingen (die zijn mij te religieus getint), maar zijn probleemanalyse is schitterend. Het is geen vlot leesbaar boek, je moet er tijd voor nemen. Gelukkig las ik in dezelfde periode het werk van Blom. Wie twijfelt aan het belang van de Verlichting (een andere dan deze waartegen McIntyre reageert), die leze zo snel mogelijk Het verdorven genootschap. Geschiedschrijving van de bovenste plank, bovendien met een boodschap. We hebben vandaag méér Verlichting nodig, we moeten zo snel mogelijk de fascistische reductie tot de ‘meten is weten’-rationaliteit uitbreiden met wat mensen zoals Diderot en d’Holbach over empathie en passie schreven.
Gie Van Den Berghe, (2008). De mens voorbij. Vooruitgang en maakbaarheid 1650-2050. Amsterdam/Antwerpen, Meulenhoff/Manteau.
Dit werk sluit onmiddellijk aan bij de twee vorige. Gie Van Den Berghe, zelf duidelijk een voorstander van de Verlichting, brengt de geschiedenis daarvan op een mooie en kritische manier. Zo toont hij dat er een rechtstreekse lijn loopt van de Verlichting over het sociaaldarwinisme naar de eugenetica van rond 1900, die vooral hoogtij vierde in de Verenigde Staten, Engeland en in Frankrijk. Wat een paar decennia later in Duitsland gebeurde, was niets meer dan een systematische toepassing van een wijd verspreide en verondersteld wetenschappelijk gegronde theorie met als stelregel 'meten is weten'. Weten wie je moet uitschakelen. Het feit dat het merendeel van ons vandaag nauwelijks deze lijn kent, en gaskamers enkel associeert met het nationaal-socialisme, is niets anders dan een zoveelste geschiedenisvervalsing. Dit is des te erger omdat Van Den Berghe in het derde deel van het boek aantoont hoe de hedendaagse genetica eveneens een eugenetica is, zij het ditmaal binnen een neoliberaal klimaat, en dus op individuele én financiële leest geschoeid. Het boek is ondertussen gratis downloadbaar via de website van de auteur, ga naar: http://www.serendib.be/upload/files/mensvoorbij-boek.pdf
Joan Didion, (2005). The Year of Magical Thinking. New York, Vintage books, Random house. Jan Bleyen, (2011). Doodgeboren. Amsterdam, De Bezige Bij.
Op een week tijd ziet een vrouw haar man sterven aan een hartaanval en verliest ze bijna haar dochter. Dit is het autobiografische verslag van het jaar dat volgt op het verlies van haar geliefden, van haarzelf. Wie hetzelfde meegemaakt heeft, zal hier veel herkennen, meer dan hem of haar lief is - naast een stuk troost. Het boek van Jan Bleyen is zo mogelijk nog mooier en nog pijnlijker, over hoe ouders omgaan met het verlies van een kind dat nooit geleefd heeft. Het is een historische studie, maar met een poëtisch gehalte dat in veel hedendaagse poëzie zoek is. En dat helaas al helemaal ontbreekt in de hedendaagse klinische psychologie en psychiatrie.
Elyn Saks, (2007). De geschiedenis van mijn gekte. Leven met schizofrenie. Amsterdam, Uitgeverij Sijthoff.
Elyn Saks is een alumna van Oxford and Yale Law School, en werkt tot vandaag als prof in de rechten. Maar ze is wel schizofreen. In dit boek beschrijft ze haar psychose vanaf de vroege sporen als kind over haar eerste psychiatrische opname tot de manier waarop ze er vandaag mee omgaat. In de marge krijgen we een blik op de psychiatrisch-institutionele aanpak, hoe het wel en vooral hoe het niet moet, en op haar gevecht met medicatie. Uiteindelijk moet ze toegeven dat ze niet zonder pillen kan, maar het is via de continu volgehouden psychoanalytische therapie dat ze haar psychose en haar leven menselijk kan invullen. Wie de details van de psychotische beleving wil begrijpen - wat is een hallucinatie, welk realiteitsbesef is er wel of niet, kan een psychotische patiënt doen alsof - zal hier heel veel leren.
Frans de Waal (2009). Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert voor een betere samenleving. Amsterdam, uitgeverij contact.
Vandaag worden we om de oren geslagen met genetica en “Wij zijn ons brein”. Wie daar een verstandig tegengewicht voor wil, vindt hier een prachtig boek van een echte bioloog die echt veldwerk combineert met gezond verstand. Onderzoek na onderzoek blijkt dat ons nauwste verwanten zowel agressief egoïsme als empathisch altruïsme ‘in’ zich hebben en – vooral – dat het de omgeving is die bepaalt welk gedrag er naar buiten treedt. De man kan nog schrijven ook, en het zou me niet verwonderen mocht hij vroeg of laat een prijsje mogen ophalen in Oslo.
Mieke Versyp, (2012). Hoe ik het kopbeest versloeg. 23 manieren om niet onzichtbaar ze zijn. Met illustraties van Trui Chielens. Tielt, Lannoo.
Dit is een wondermooi boekje, waarin een dertienjarige vertelt hoe zij de wereld ervaart waarin ze moet groot worden, met een alternatieve mama, wisselende ‘vader’-figuren en zes andere kinderen. Hoe ze bijna wanhopig probeert niet onzichtbaar te zijn. De auteur, Mieke Versyp, maakt deel uit van het Gentse Kopergietery team, en ze heeft duidelijk een heel rijke ervaring met kinderen en pubers. Ik heb zelden zo’n overtuigende weergave gelezen van een puber met een scherpe blik op haar omgeving. Warm aanbevolen voor iedereen, en al helemaal voor mensen die zich betrokken voelen bij kinderen.